Waar bewonersgroepen uit Vlaams landelijk gebied elkaar ontmoeten

Met de steun van de Vlaamse overheid en de Oost-Vlaamse Provinciale Landbouwkamer

Waar bewonersgroepen uit Vlaams landelijk gebied elkaar ontmoeten - Met de steun van de Vlaamse overheid en de Oost-Vlaamse Provinciale Landbouwkamer

PDPO (Plattelandsontwikkeling)

Er werden reeds 3 ProgrammaDocumenten voor PlattelandsOntwikkeling ontwikkeld:

  • PDPO I (2000-2006)
  • PDPO II (2007-2013)
  • PDPO III (2014-2020)

Wat hield het Vlaams programma voor plattelandsontwikkeling 2000 – 2006 (PDPO I) in?

De lidstaten werden verantwoordelijk om een integraal plattelandsbeleid te voeren. Vlaanderen koos ervoor om vooral een structuurverbetering van de primaire sector te realiseren via het Vlaamse Landbouwinvesteringsfonds, milieuvriendelijke beheersmaatregelen te introduceren en een klein aandeel te investeren in integraal plattelandsbeleid. Dit laatste onderdeel werd toevertrouwd aan de provincies.

Wat hield de Steun voor plattelandsontwikkeling 2007 – 2013 (PDPO II) in?

In het Vlaams Programmeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling 2007 – 2013 lag de nadruk op het verbeteren van het concurrentievermogen van de land- en bosbouwsector, de verbetering van het milieu en het platteland, de verbetering van de leefkwaliteit op het platteland en de diversificatie van de plattelandseconomie. Een vierde doelstelling was het werken volgens de LEADER-methodiek. Hierbij gaat het eveneens over het streven naar een verbetering van de leefkwaliteit van het platteland, maar dan via lokale ontwikkelingsstrategieën en uitgevoerd door Plaatselijke Groepen, zodat er ruimte is voor een bottom-upaanpak.

Dit werd vertaald in 4 assen.

De maatregelen in PDPO II werden deels gefinancierd vanuit het Europese Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en deels met Vlaamse middelen. Bij As 3 en As 4 betaalden de provincies ook een deel van de subsidies.

Wat houdt het Vlaams Programmadocument voor Plattelandsontwikkeling 2014 – 2020 (PDPO III) in?

Voor de nieuwe programmaperiode 2014 – 2020 werd het GLB opnieuw hervormd, ditmaal met als doel om het concurrentievermogen en de duurzaamheid te verhogen en om doelgerichter te werk te gaan. Om deze redenen wordt ook de Europese verankering verdiept. Zo zal het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) de komende periode sterker bijdragen tot de doelen van Europa 2020 en het Gemeenschappelijk Strategisch Kader (GSK). Omgekeerd helpt het GSK de lidstaten en hun regio’s bij het vaststellen van duidelijke investeringsprioriteiten voor de volgende programmaperiode. Zo kunnen EU-fondsen veel beter worden gestuurd en zullen ze optimaal effect hebben. Nationale en regionale autoriteiten gebruiken dit kader als basis voor het opstellen van hun ‘partnerschapscontracten’ met de Commissie en verplichten zich daarmee tot het behalen van de Europese doelstellingen voor 2020 op het gebied van groei en banen.

Meer concreet draagt Vlaanderen met het derde programma voor plattelandsontwikkeling (PDPO III) bij tot de Europa 2020-doelstellingen en de prioriteiten van het Europees plattelandsontwikkelingsbeleid op de volgende domeinen:

  • de bevordering van kennis en innovatie in de land- en bosbouwsector;
  • de versterking van het concurrentievermogen van de landbouw;
  • de bevordering van de organisatie van de voedselketen en het risicobeheer in de landbouw;
  • het herstel, de instandhouding en de verbetering van ecosystemen die afhankelijk zijn van de landbouw en de bosbouw;
  • de bevordering van het efficiënte gebruik van hulpbronnen en de steun voor de omslag naar een koolstofarme en klimaatbestendige economie in de landbouw, de voedsel- en de bosbouwsector;
  • de bevordering van sociale inclusie, armoedebestrijding en de economische ontwikkeling van de plattelandsgebieden;
  • de horizontale doelstellingen inzake innovatie, milieu en klimaat.

De verdere uitwerking van PDPO III gebeurde in samenwerking tussen de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) en de Provincies. Zo krijgt de gebiedsgerichte werking van binnen PDPO III 3 sporen:

  1. Projectoproepen voor de versterking van de omgevingskwaliteit en de vitaliteit op het platteland.
  2. De LEADER-werking
  3. Plattelandsontwikkeling door samenwerking met de stedelijke omgeving

Bij de uitwerking van de bovenstaande sporen heeft de Provincie een regiefunctie. De Provincie Oost-Vlaanderen koos voor een plan samengesteld uit een situatieschets en legt haar prioriteiten in het uitvoeringsprogramma.

 

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

Contact